Lakeland Terriër
Samenwerkende Kennels
 

a

Historie en de Rasstandaard van de 

Lakeland Terrier

De lakeland terrier komt van oorsprong uit het Lake district in  Engeland. Lakeland Terrier werden gedicteerd door het werk dat van hem werd verwacht. Een goede werkhond was niet te groot, smal, hoog op de benen en moest behoorlijk luisteren. Er is een gezegde dat waar het hoofd van de Lakeland doorheen kan, ook zijn lichaam volgt. De fokkers legden zich er in het bijzonder op toe om honden te fokken met smalle fronten. Bij de achtervolging van de vos tot in zijn hol moest de achtervolger wel smal zijn, anders zou hij zich immers zo vastlopen. Het Karakter van de Lakeland Terrier is moedig, waaks, levendig en vrolijk, vriendelijk tegenover mensen en vooral voor kinderen, en niet vechtlustig. Over het karakter van de Lakeland zegt Miss Morris, een Engelse fokster die het ras meer dan 40 jaar gefokt heeft:'Ik denk dat de Lakeland de meest beminnelijke, ondeugendste en gezelligste onder de honden is. In vroeger tijden, toen ze nog Fell Terriers waren, hebben zij zich moed en gezond verstand eigen gemaakt. Zij zoeken geen moeilijkheden (welke Terrier die met lopende honden moet optrekken zou dan lang leven), maar komen voor zichzelf op en bewaken wat eigen is. Hieronder valt ook hun menselijke familie. Doordat ze veelal in huis werden opgevoed (in tegenstelling tot de meute lopende honden) hebben zij een grote affectie voor de mensen ontwikkeld en vooral voor kinderen, waarin zij hun eigen tomeloze levensvreugde lijken te herkennen. Ze zijn erg gevoelig en kunnen, indien ze evenwichtig zijn opgevoed met slechts lichte stemverheffing onder appel gehouden worden. Zij zullen misschien uw tuin omspitten en vrolijke en lieve vriend zoekt, kies dan voor een Lakeland'.

 

Ras Standaard

Algemene verschijning:
Levendige, krachtige werker, evenwichtig en compact.

Karakteristieken:
Vrolijk, onbevreesd gedrag, scherpzinnige uitdrukking, vlot in bewegingen.

Temperament:
Vrijmoedig, vriendelijk en zelfverzekerd.

Hoofd en schedel:
Goed evenredig, schedel vlak en verfijnd. De kaken krachtig en de snuit breed maar niet te lang. Lengte van het hoofd : de afstand van neuspunt tot stop mag niet groter zijn dan de afstand van stop tot achterhoofdsknobbel. Neus zwart, behalve bij leverkleurige honden.

Ogen:
Donker of hazelnootkleurig.

Oren:
V-vormig en vief gedragen.

Gebit:
Tanden regelmatig met een perfect sluitend scharend gebit.

Hals:
Gestrekt en licht gebogen.

Voorhand:
Schouders goed naar achteren gelegen. Voorbenen recht met goede beenderen.

Lichaam:
Borst tamelijk vlak. Sterke rug, matig kort, maar compact.

Achterhand:
Sterk gespierd, dijen lang en krachtig.

Voeten:
Klein en compact.

Staart:
Goede aanzet, vrolijk gedragen.

Gangwerk:
Voor- en achterbenen bewegen recht vooruit, met goede stuwing.

Vacht:
Dicht, hard en waterdicht.moet minstens 3 keer per jaar getrimd worden.

Kleur:
Black and tan, blue and tan, rood, tarwe, rood-grijs, lever, blauw of zwart. Kleine witte aftekeningen aan voet en of borst minder gewenst naar toelaatbaar.

Gewicht en Maat:
Gemiddeld gewicht: reuen 7,7 kg. teven 6,8 kg. Ideale schofhoogte 37 cm.








Website Contents © All Rights Reserved
 
Design : Ron Ditters